02 januari - 31 december
ma 8.30 - 17.30
di 8.30 - 17.30
woe 8.30 - 17.30
do 8.30 - 17.30
vr 8.30 - 17.30
za 8.30 - 17.30
zo 13.00 - 17.30
Gesloten op 1 januari
Torenbestijging :
von zondag tot en met vrijdag : 13.00 - 18.00
zaterdag : 10.00 - 18.00
laatste toegang om 16.40
www.kathedraalmechelen.be
De Sint-Romboutskathedraal werd vanaf de 13de eeuw gebouwd ter ere van de heilige Rumoldus en was van meet af aan bedoeld om te imponeren.
In 1559, bij de oprichting van het aartsbisdom Mechelen, werd ze verheven tot kathedraal, wat haar status en grootsheid nog versterkte. Na diverse bouwcampagnes groeide ze uit tot blikvanger van de stad, met als hoogtepunt de 15de-eeuwse toren van het bouwmeestersgeslacht Keldermans.
Tijdens de godsdienstoorlogen in de 16de eeuw leed de kerk zware schade: veel van het interieur ging verloren en onder het Calvinistische bewind verdween alles wat naar de katholieke eredienst verwees.
Toch overleefde ze nog meer stormen: bombardementen in beide wereldoorlogen en een grote brand boven het koor in 1972.
Als metropolitaanse kerk geldt de Sint-Romboutskathedraal als de belangrijkste van het land en fungeert ze sinds 1559 als mausoleum voor alle Mechelse aartsbisschoppen.
Het interieur is indrukwekkend: monumentale praalgraven en epitafen sieren de kooromgang.
Bezoekers kunnen er het schilderij Christus aan het kruis van Antoon van Dyck bewonderen, naast werken van Michiel Coxcie en Gaspar de Craeyer.
Het pronkstuk, naast het hoofdaltaar van Lucas Fayd’herbe uit 1665, is een reeks laat-vijftiende-eeuwse paneeltjes die het leven van de heilige Rombout tonen in de stijl van de Vlaamse Primitieven.
Het monumentale Stevens-orgel (6600 pijpen), ontworpen door Flor Peeters en door hem ingespeeld in 1958, vervolledigt de grandeur.
Het beheer van de kathedraal gebeurt door de Metropolitaanse Kerkfabriek in samenwerking met Torens aan de Dijle vzw, Toerisme Mechelen en de provincie Antwerpen.
De beroemde toren van Mechelen, geleid door het geslacht Keldermans, zou 167 m hoog worden. De bouw startte in 1449, eerste steen in 1452. Jaarlijks groeide hij 1,5 m, maar bleef onvoltooid. Godsdienstoorlogen en de explosie van de Zandpoort in 1546 verwoestten een derde van de stad en 200 levens, waardoor geldgebrek ontstond. Rond 1520 stopte men definitief op 97,28 m, enkel het begin van de achthoekige spits werd gebouwd.