01 april - 31 oktober
ma -
di 13.00 - 17.00
woe 13.00 - 17.00
do 13.00 - 17.00
vr 13.00 - 17.00
za 13.00 - 17.00
zo 13.00 - 17.00
01 november - 31 maart
ma -
di 13.00 - 16.00
woe 13.00 - 16.00
do 13.00 - 16.00
vr 13.00 - 16.00
za 13.00 - 16.00
zo 13.00 - 16.00
+32 15 29 76 57 - groepen@mechelen.be
De Sint-Katelijnekerk in Mechelen werd grotendeels gebouwd in de 14de eeuw in gotische stijl en in de 15de eeuw grondig verbouwd.
Haar ligging in een armere wijk benadrukt het sobere karakter. Tijdens de godsdiensttroebelen van 1572 en 1580 liep ze zware schade op, maar vanaf 1585 volgde herstel.
In de 16de en 17de eeuw kreeg het interieur waardevol meubilair en kunstwerken. Tegen de noordelijke zijbeuk verrees de Fonteskapel, en in 1643 financierde Isabella Danesin de Sint-Jozefskapel.
Lucas Faydherbe bouwde er tussen 1647 en 1651 een marmeren barokaltaar, een hoogtepunt van Mechelse barokkunst.
In de jaren 1770-1775 leidde kerkmeester Carolus Van Pijperzeel een grote verbouwing: stenen gewelven vervingen de houten, er kwam een nieuwe vloer, een doksaal met Van Peteghems orgel, koorgestoelten en een preekstoel van Pieter Valckx.
Deze preekstoel verwijst naar de Heilige Familie en populaire heiligen zoals Catharina en Antonius.
Vooral Catharina is prominent aanwezig: zij weigerde haar geloof af te leggen en werd een symbool van standvastigheid.
Twaalf roosvensters in de middenbeuk en een groot venster in de hoofdgevel herinneren aan haar marteling en verering.
Aan het einde van de 19de eeuw koos men voor een neogotische restauratie.
Architect Frans Baeckelmans ontwierp, Philippe Van Boxmeer voerde uit. Daarbij werd de rijke barokke aankleding grotendeels opgeofferd om de gotische sfeer te herstellen.
Rond 1900 kreeg de kerk zo haar huidige uitzicht, waarin middeleeuwse soberheid en latere ingrepen samenkomen.
KIKIRPA : Fototheek onlineBronnen :
Bouwhistorische studie, maart 2014, Annelies Wouters
Stedelijke dienst Monumentenzorg Mechelen
Het beeld van de Heilige Catharina, eind 16de eeuw, wordt toegeschreven aan de Mechelse beeldhouwer Thomas Hazart. Catharina, mythische figuur uit de Romeinse tijd, weigerde haar christelijk geloof af te zweren en werd veroordeeld. Ze werd vastgebonden tussen de spaken van een rad, dat men nadien snel ronddraaide. Het was niet Catharina die brak, maar wel het rad. Daarna volgde onthoofding, maar uit haar wonde stroomde melk, die volgens de legende de pest uit de stad verdreef.
Opmerkelijk in de Sint-Jozefskapel met haar stenen gewelf is het barokke altaar in wit en zwart marmer uit ca. 1650 – let vooral op de twee gedraaide zuilen – is van Lucas Faydherbe (1617-1697). Het is het oudste altaar dat we van hem kennen. Het oorspronkelijke schilderij van Jacob Jordaens is vervangen door een 19de-eeuwe “Vlucht naar Egypte” van Jos Paelinckx (1781-1839). In dat verhaal speelt Jozef een centrale rol, een van de weinige keren in het evangelie.
De preekstoel (1774) is een werk van de Mechelaar Pieter Valckx (1734-1783), naar een ontwerp van Theodoor Verhaegen (1700-1759). De Heilige Familie zoekt er beschutting onder een rieten afdak, in de ruïnes van een tempel. Jezus zit op de aardbol tussen Jozef en Maria, en houdt een kruis in de armen. Tussen de boomtakken die het klankbord vormen, zweven engelen en wolken. Het waren engelen die bij Christus’ geboorte de Blijde Boodschap rondbazuinden.
De kerk bezit biechtstoelen uit het vierde kwart van de 17de eeuw, gemaakt door Nicolaas Van der Veken (1637-1709), leerling van Lucas Faydherbe. Hun symboliek draait rond zonden en verlossing. Het beeldhouwwerk, afkomstig uit andere delen van de kerk, werd in 1817 hergebruikt. Van der Veken maakte ook het houten beeld van de Heilige Familie (1659), met polychrome hoofden en handen, bedoeld om aangekleed te worden.
In 1858 verscheen Maria in Lourdes aan Bernadette Soubirous. Kort daarna verrezen in Vlaanderen vele surrogaatgrotten, buiten en in kerken. De clerus stimuleerde Mariadevotie, gesteund door het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis (1854). Verschijningen aan armen en kinderen dienden als wapen tegen moderniteit en ongeloof. De grot van de Katelijnekerk werd ingezegend op 11 februari 1937.
Antonius van Padua heeft in de kerk een kapel uit 1834, tegenover die van Jozef. Altaar en glasramen zijn aan hem gewijd. Antonius (1195–1231), franciscaan en tijdgenoot van Franciscus van Assisi, staat bekend om wonderverhalen: een graaf zag hem ooit met een kind in lichtstralen, vandaar zijn beelden met het kind. Zijn gestolen Bijbel werd na gebed teruggebracht, waardoor men hem aanroept bij verloren voorwerpen.