01 november - 31 maart
ma 9.00 - 17.00
di 9.00 - 17.00
woe 9.00 - 17.00
do 9.00 - 17.00
vr 9.00 - 17.00
za 9.00 - 17.00
zo 9.00 - 17.00
01 april - 31 oktober
ma 9.00 - 18.00
di 9.00 - 18.00
woe 9.00 - 18.00
do 9.00 - 18.00
vr 9.00 - 18.00
za 9.00 - 18.00
zo 9.00 - 18.00
De geschiedenis van deze neogotische kerk, met zes traveeën en een uurwerk aan elke zijde van de toren, gaat terug tot de 11de eeuw. Van de vroegere kerk blijft niets over. Hoewel Lodewijk de Vrome haar altaarrechten schonk, bevestigd door Karel de Kale, en ze verbonden was met bisschop De Marvis en het Brugse Vrije, werd het gebouw in 1580 door de Geuzen vernield. Heropbouw, sluitingen en nieuwe plannen volgden elkaar op, tot de definitieve afbraak in 1901. Daarna verrees een sobere neogotische kruiskerk naar ontwerp van provinciaal architect René Buyck. Enkele natuurstenen pijlers werden hergebruikt.
Het resultaat is een bakstenen volume onder tentdak, met doop- en rouwkapel. De toren heeft vier uurwerken, twee galmgaten en wordt op de hoeken gesteund door verjongende steunberen. In het schip vallen de arduinen pijlers en het houten spits tongewelf op. De neogotische altaren, banken en het koorgestoelte dateren uit 1901. Twee biechtstoelen zijn uit 1784, twee andere zijn kopieën. De kerk bezit een Van Peteghem-orgel uit 1852.
Elke eerste en vijfde zondag van de maand is er een mis om 11uur in de kerk en elke woensdag en vrijdag vindt er om 09uur een weekdienst plaats in de sacristie. In Beernem zijn er koorrepetities, schoolmissen en catechese. De kerk staat open voor concerten en tentoonstellingen; de vergaderruimte voor kerkelijke bijeenkomsten. Erfgoedgroepen bezoeken de kerk vaak samen met het kerkhof, waar 19de-eeuwse grafmonumenten in neogotische en neoclassicistische stijl te vinden zijn, vooral van de lokale adel. Er bestaat een boekje over het funerair erfgoed. Bij de kerk hoort ook een pastorie binnen een omwalling, bereikbaar via een brug.
De doopkapel, ontworpen door architect Schelstraete en gebouwd door pastoor Louwyck, staat tegen de noordgevel. De centrale achthoekige doopvont in kalksteen, geschonken door Israël Jansens, draagt gotische inscripties ter nagedachtenis aan zijn familie. De kuip dateert vermoedelijk van 1616; de voet werd vernieuwd rond 1900. Bovenop staat een neogotisch deksel aan een smeedijzeren Boom des Levens.
Onze Lieve Vrouw van Altijddurende bijstand : Neogotisch vleugelaltaar ter ere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand met aan weerszijden een luik met afbeeldingen van engelen. Oorspronkelijk waren aan het houten kunstwerk een tweetal drie-armige koperen kandelaartjes bevestigd
Deze biechtstoelen zouden een kopie zijn van de twee oude biechtstoelen van 1784 die zich in de kruisbeuken bevinden. Exacte gegevens qua datering, opdrachtgever of maker zijn tot nog toe niet gekend.
Het dienstaltaar werd vervaardigd met de gerecupereerde panelen die de kuip vormden van de oorspronkelijke neogotische preekstoel. De spreekstoel zou eveneens een ontwerp geweest zijn van baron Emmanuel de Béthune en werd gemaakt in 1901 ter vervanging van de oude preekstoel van J.B. Gillis uit 1792. De panelen van het dienstaltaar stellen de vier Evangleisten voor met hun attributen.
Het hoogaltaar, geschonken door pastoor Clarebout in 1901 en ontworpen door baron Emmanuel de Béthune, is een neogotisch gepolychromeerd altaar met een blauw kalkstenen blad op vier zuilen. Het heeft een verguld tabernakel met daarboven een calvarieberg. Links en rechts staan engelen. De retabels tonen in bas reliëf de Broodvermenigvuldiging en het Laatste Avondmaal.