27 maart - 05 november
ma 10.00 - 17.00
di 10.00 - 17.00
woe 10.00 - 17.00
do 10.00 - 17.00
vr 10.00 - 17.00
za 10.00 - 17.00
zo 10.00 - 17.00
Week voor Pasen tot en met eerste week van november
Het oudste gevonden geschreven document over Klemskerke gaat terug tot 1003, waar de plaats wordt vermeld als "Clemeskirca": kerk van Cleme. De beschermde kerk ligt aan de oostelijke rand van dit eeuwenoude polderdorp, te midden van een ommuurd kerkhof omzoomd met hagen en knotwilgen. Het is een driebeukige hallenkerk bekroond door een achtzijdige toren.
De huidige Sint-Clemenskerk gaat terug tot een 13de-14de-eeuws kerkgebouw, waarvan de zijkoren en de onderste geledingen van de toren (14de eeuw) zijn bewaard. Als gevolg van de verwoestende doortocht van de beeldenstormers gedurende het laatste kwart van de 16de en het eerste kwart van de 17de eeuw werd namelijk het westelijk deel van het schip gesloopt. Hierdoor werd de oorspronkelijke vieringtoren, de geveltoren van de kerk.
Al in het midden van de 17de eeuw was de kerk bijna volledig hersteld. De torenspits werd daarna tot driemaal toe beschadigd door bliksem. Hij werd telkens hersteld, waarvan de laatste keer in 1770, omdat het een belangrijk baken was voor de vissers op zee.
Het interieur werd onder leiding van architect Ammery tijdens de periode 1890-1895 grondig gerestaureerd. Uit die tijd stammen de neogotische elementen: het kruistafereel aan het hoofdaltaar, de zijaltaren en de preekstoel. De 17de-eeuwse schilderijen, meubelen en polychrome beelden bleven bewaard.
In 1902-1903 werd er een buitenrestauratie uitgevoerd waarbij het roosvenster werd aangebracht boven het westelijke portaal.
De kerk ligt langs de fietsroutes “Oude dijkenroute”, “Noordzeeroute LF1” en “Brugse ommelandroute”
KIKIRPA : Fototheek online
De torenspits heeft de Klemskerkenaren vaak kopzorgen bezorgd. In februari 1696 melden kronieken dat de naald door donder en bliksem zwaar beschadigd werd, maar restauratie vond pas in 1712 plaats. In 1715 en opnieuw in 1770 sloeg de bliksem in, met veel schade. De parochie overwoog sloop, maar op 23 september 1770 werd dit stopgezet omdat de torenspits als baken voor de scheepsnavigatie diende om zandbanken te vermijden.
In 1890 1895 werd onder leiding van architect Ammery een ingrijpende binnenrestauratie uitgevoerd. Oorspronkelijke zuilen met kapitelen, houten zoldering en wanddecoratie werden vernieuwd. Het schip telt vijf traveeën, het koor één travee met driezijdige sluiting, sacristie zuid, stookplaats noord. De spitsboogarcade rust op ronde bepleisterde zuilen op achtzijdige arduinen sokkels. De bakstenen vieringtoren dateert uit de 12de eeuw.
In de kerk bevinden zich verschillende merkwaardige meubels uit de 17de eeuw, grotendeels van eikenhout. De biechtstoel in de zuidelijke zijbeuk is gemaakt door meester-timmerman Pieter Verheust (of Verreust, 1643) en waarschijnlijk ook de noordelijke biechtstoel (1652). Beide biechtstoelen hebben sierlijk houtsnijwerk en zuilbekroningen met engelenkopjes. De kerkmeesterbanken dateren van 1637 1638, eveneens van Verheust. De preekstoel is van Cornelis Verlaere (1639 1640).
In de kerk bevinden zich verschillende merkwaardige meubels uit de 17de eeuw, grotendeels vervaardigd van eikenhout. De biechtstoel in de zuidelijke zijbeuk is gemaakt door meester-timmerman Pieter Verheust (of Verreust, 1643) en hij vervaardigde waarschijnlijk ook de noordelijke biechtstoel (1652). De kerkmeesterbanken dateren van 1637 1638, eveneens door Verheust, en de preekstoel is van Cornelis Verlaere uit 1639 1640.
Bij de laatste restauratiecampagne werd de bestaande vloer volledig verwijderd en vervangen door een nieuwe vloer met vloerverwarming. Eerst werd de bovenste 20 cm mechanisch uitgebroken, waarna de resterende 20 cm manueel werden uitgegraven onder nauwlettend toezicht van archeologen. Van december 2010 tot april 2011 kwamen talrijke artefacten tevoorschijn, waaronder aardewerkscherven uit de 12de 17de eeuw, 47 muntstukken (31 daterbaar), een fragment van een glasraam en twaalf grafkelders.