01 april - 31 oktober
ma 10.00 - 18.00
di 10.00 - 18.00
woe 10.00 - 18.00
do 10.00 - 18.00
vr 10.00 - 18.00
za 10.00 - 18.00
zo 10.00 - 18.00
01 november - 31 maart
ma 10.00 - 17.00
di 10.00 - 17.00
woe 10.00 - 17.00
do 10.00 - 17.00
vr 10.00 - 17.00
za 10.00 - 17.00
zo 10.00 - 17.00
Rudy Bockstaele, voorzitter kerkfabriek : +32 9 362 32 61
De kerk wordt al vermeld in 1155. Het gebedshuis was toen enkel aan de heilige Blasius gewijd en viel onder de bisschop van Kamerijk. Volgens een legende zou een Franse prinses, genezen van een ongeneeslijke borstkwaal na haar gebed tot Sint Agatha, het eenvoudige heiligdom hebben laten uitgroeien tot een volwaardige kerk gewijd aan deze heilige. Landskouter bleef tot 1559 onder Kamerijk, daarna onder Mechelen en later onder Gent. Sinds 1840 vormt Sint Agatha een zelfstandige parochie.
Het betreft een eenbeukige kruiskerk met een schip van drie traveeën. De robuuste westtoren telt drie schietgaten. De kerk is hoofdzakelijk gebouwd in witgele zandsteen uit de Betsberggroeven op de grens van Landskouter en Oosterzele. Vermoedelijk stond hier al in de 12de eeuw een laat romaanse zaalkerk die later in fasen werd uitgebreid. De sacristie in baksteen dateert uit 1897.
De toegangsdeur, met ijzeren hengsels en nagels, opent op een egaal geschilderd interieur met kruisribgewelven.
Het meubilair is overwegend rococo. Het hoofdaltaar draagt het schilderij Verrijzenis van Jacob Van Oost (18de eeuw). De zijaltaren zijn gewijd aan Sint Agatha en Blasius. Biechtstoel, communiebank, preekstoel, doksaal en koorgestoelte zijn 18de eeuws en uitgevoerd in eik. De vijf cartouches van de communiebank tonen onder meer de patroonheiligen en het Laatste Avondmaal, vervaardigd door Frans Hebbelinck. Het 18de eeuwse orgel komt uit Maldegem.
In de naastliggende pastorie overleed in 2004 kardinaal Gustaaf Joos, vertrouweling van paus Johannes Paulus II. Hij was pastoor van Landskouter en ligt naast de kerk begraven.
Het hoofdaltaar (1750 1799) is van Frans Hebbelinck. Op de altaartafel staat een rijk versierde trommeltabernakel met het Lams Gods. Boven het altaar hangt De Verrijzenis van Jezus van Jacob van Oost (1603 1671), vermoedelijk geschilderd tussen 1651 en 1671. Het geheel wordt geflankeerd door Korintische zuilen en bustes van Agatha en Blasius en bekroond met een baldakijn met voluten en een duif, symbool van de Heilige Geest.