01 januari - 31 december
ma 9.30 - 12.00
di 9.30 - 17.00
woe 9.30 - 17.00
do 9.30 - 17.00
vr 9.30 - 17.00
za 9.30 - 17.00
zo 9.00 - 12.00
De huidige Sint-Christoffelkerk werd gebouwd tussen 1785-1791 nadat de oude kerk in 1783 volledig afbrandde. Het werd een bakstenen hallenkerk met toren naar ontwerp van architect François Drieghe binnen de stijl en opvattingen van het classicisme met bijzondere aandacht voor ruimteopbouw en lichtinval.
Beide wereldoorlogen brachten heel wat schade toe aan het kerkgebouw. Zo moest de voorgevel volledig gereconstrueerd worden na een dynamietontploffing. Achter de kerk staat een oorlogsmonument voor de slachtoffers van de beide wereldoorlogen, met een Heilig Hartbeeld (1928).
De kerk is gestoffeerd met 18de-eeuws en voornamelijk 19de-eeuws kwaliteitsvol meubilair, schilderijen en beeldhouwwerk waaronder de eikenhouten lambrisering die de volledige kerk siert. Het hoofdaltaar wordt bekroond met het schilderij “De Emmausgangers” (1812) door Jozef Paelinck. De zijaltaren van Onze-Lieve-Vrouw en het Heilig Kruis worden bekroond door beeldengroepen, door J. Nimmegeers vervaardigd in 1852. Het orgel uit 1929 is van de gebroeders Reygaert met pijpwerk uit het oude orgel van J.J. Delhaye van 1832.
De Sint-Christoffelkerk is het oudste bedevaartsoord van de heilige Christoffel. Ieder jaar is er op Christoffelkermis een zegening van de weggebruikers (voetgangers, fietsers, autobestuurders) aan de Christoffelput op het gezellige dorpsplein waarop eveneens een 17de-eeuwse schandpaal prijkt.
KIKIRPA : online fototheek
Het pronkstuk van de kerk is de troonhemel, bestaande uit drie delen: het geklede O.-L.-Vrouwbeeld in gepolychromeerd hout (19de eeuw), het baldakijn met Mariamonogram en een eiken tafel. Na de dynamitering van de kerk in WO I raakte dit waardevolle stuk bijna verloren: het lag meer dan veertig jaar vergeten in een kunstatelier. In 1960 werd het herontdekt en in zijn vroegere glorie hersteld.
De oude preekstoel werd in 1918 zo zwaar beschadigd dat hij bijna volledig vernieuwd moest worden. De koperen platen van de kuip, gemaakt door de 19de eeuwse Gentse kunstenaar Tiberghien, werden opnieuw ingewerkt. Ze zouden in 1829 geschonken zijn door de broederschappen van het Heilige Kruis en de Heilige Rozenkrans. De centrale plaat toont de naam God in het Hebreeuws; de andere verbeelden het lijden van Christus en Maria.
Sinds 1819 siert De Emmaüsgangers van Jozef Paelinck het hoofdaltaar; het werk werd recent volledig gerestaureerd. Paelinck, afkomstig uit Oostakker en sinds 1815 hofschilder van de Nederlandse koningin, schilderde dit neoclassicistische stuk, beschouwd als een van zijn beste realisaties. Het toont hoe Jezus na zijn verrijzenis de Emmaüsgangers overtuigt door de herkenbare wijze waarop hij het brood breekt.
De vijf brandglasramen in het priesterkoor dateren uit 1928 1930, na de verwoesting van hun voorgangers in WO I. Ze zijn van de Gentse glazenier Hendrik Coppejans en volledig door gelovigen geschonken. Elk raam toont een bijbels tafereel in diepe, stille kleuren. Je ziet de Heilige Drievuldigheid met de symbolen van de evangelisten, het Wijnwonder van Cana, de Broodvermenigvuldiging, en uit Exodus Manna in de woestijn en Water uit de rots.