01 mei - 30 september
ma 10.00 - 16.00
di 10.00 - 16.00
woe 10.00 - 16.00
do 10.00 - 16.00
vr 10.00 - 16.00
za 10.00 - 16.00
zo 10.00 - 16.00
+33 6 16 80 17 85
De parochiale Moederkerk van Marville, gewijd aan Sint Hilarius, met een structuur daterend uit de 12e eeuw, was de eerste die gebouwd werd ter verering van het Christendom. Ze bevindt zich op een heuvel met dezelfde naam op 750 meter van de stad.
Vanaf de 13e eeuw kende Marville een belangrijke stadsontwikkeling door de forse bevolkingsaangroei. In 1227 werd een tweede kerk gebouwd ter dubbele aanroeping van Sint Niklaas en Sint Hilarius, in het hart van de stad om tegemoet te komen aan de kleinheid en om afstand te houden van de eerste kerk.
De Sint-Niklaaskerk werd geklasseerd als historisch monument in 1920 en bevat talrijke architecturale schatten getuige hiervan de zes kapellen die rijkelijk versierd zijn en die toegevoegd werden aan de kerk gedurende de 15e en 16e eeuw. Binnenin de kerk kan men prachtige grafstenen, de orgelkast, brandglazen van Gruber, talloze sculpturen en muurschilderijen bewonderen. Er werden in de loop der eeuwen aanzienlijke wijzigingen aan de kerk uitgevoerd : de hoofdingang werd herbouwd in de 15e eeuw, toevoeging van een rozet in de 19e eeuw. De spitstoren werd verwoest in 1766 en vervangen door een bolvormige in barokstijl.
Deze kapel herbergt een altaartabernakel. In deze streek werden de eerste exemplaren in de 16e eeuw gebouwd. De Smertige Maagd (15e eeuw). Sint-Antonius van de Vurigen (begin 15e eeuw): dit beeld is afkomstig uit de Antonijnenkerk, die in 1636 door de troepen uit Lotharingen werd verwoest. Onze-Lieve-Vrouw van de Leerbewerkers, een beeld gekleed in het blauw. Haar lichaam is een houten kegelstam.
Polychrome houten Christus uit de 16e eeuw, liggend tussen de fragmenten van een altaarstuk met de twaalf apostelen uit de 15e eeuw. Glas-in-loodraam van Jacques Gruber (midden 20e eeuw) met een afbeelding van het ‘Martelaarschap van de Makkabeeën’ en de vervolgingen door Antiochus Epifanes [II Makk. VII, 4-41].
(begin 16e eeuw): een uitstekend voorgebouw met drie panelen, waarvan de hoekzuiltjes versierd zijn met geschaafd hout. De stenen balustrade is rijkelijk bewerkt en doet denken aan de orgelgalerij van de basiliek van Saint-Nicolas de Port bij Nancy.
(+1636), voormalig burgemeester en luitenant-provoost van de hertog van Lotharingen. Zwart marmer. Omringd door vier evangelisten: de heilige Johannes en de heilige Lucas in het bovenste gedeelte, de heilige Mattheüs en de heilige Marcus in het onderste gedeelte.
(eind 13e eeuw) bevond zich vroeger op het trumeau van het westportaal. Twee figuren, verborgen in het gebladerte aan weerszijden van het gezicht van de Maagd, vormen een tegenhanger voor de twee dieren die zijn afgebeeld op de kapitelen bij de ingang.
Renaissancestijl. Te vergelijken met de kapel van de kerk van Avioth. Glas-in-loodraam van Jacques Gruber (midden 20e eeuw). Centrale sluitsteen: een hoofd met een brandende kool naast de tong.
Aan de buitenkant van de kapel zijn twee portretten te zien van Constantijn en zijn moeder Helena, die tijdens een pelgrimstocht naar Jeruzalem een stukje van het Heilig Kruis had gevonden. Glas-in-loodraam van Jacques Gruber (midden 20e eeuw) met een afbeelding van de Heilige Familie en het bewerken van aarde en ijzer.