01 juni - 30 september
ma -
di -
woe
do -
vr 14.00 - 18.00
za 14.00 - 18.00
zo 14.00 - 18.00
01 december - 07 januari
ma
di
woe
do
vr
za 10.00 - 17.00
zo 10.00 - 17.00
01 april - 31 mei
ma
di
woe
do
vr
za
zo 14.00 - 18.00
zaterdag 18.30
zondagmorgen (een keer per maand)
De Sint-Georgeskerk bevindt zich in het hart van de gemeente Hermaville, die het label ‘Village Patrimoine’ draagt in een authentiek en groen kader. De kerk staat ingeschreven op de lijst van historische monumenten sedert 1926. Het gebouw werd herbouwd in 1872 (schip en koor) op de plaats van de oude kerk, waarvan de architectuur bekend bleef dankzij de waterverf tekeningen van de Croÿ-albums (N°18) die het dorp voorstelden in het begin van de 17e eeuw.
Om toegang te krijgen tot het gebouw moet je eerst door de oude parochieruimte en alvorens naar binnen te gaan bemerk dan eerst de klokkentoren en haar spitstoren met gebeeldhouwde haken daterend van 1629.
Binnenin de kerk is de bezoeker verrast door de helderheid en de lichtheid van het gebouw in tegenstelling tot de wel grote afmetingen voor een dorpskerk.
De stijl is neoklassiek, er is geen dwarsschip, maar ze telt drie schepen die uitvoerig verlicht zijn door hedendaagse brandramen. Aan de muren zien we vaandels die ons herinneren aan het bestaan van een lokale devotie voor het ‘Heilig Hart’ sedert het eind van de 19e eeuw. In het koor zien we twee beelden in volkse houtsnijkunst met de beeltenissen van Sint-Antonius en Sint-Niklaas, en verder de doopvonten ‘Renaissance’, een communiebank uit de 18e eeuw, een kruisweg in mooie keramiek, een klein verlicht glasraam met de armen van maréchal Randon, allemaal elementen die getuigen van een decor dat verbaast door haar grote soberheid.
De kerk ligt aan de start van wandelingen in het dorp en in de omliggende omgeving.
De houten beelden in het koor dateren uit de 18e eeuw. Het ene beeld stelt waarschijnlijk Sint Nicolaas voor, het andere Sint Antonius de Grande, afgebeeld met een boek en een varken. Deze iconografie verscheen aan het einde van de 14e eeuw en verwijst naar de orde van de Antonijnen, opgericht in 1095. Deze religieuzen hielden varkens om de armen te voeden en gebruikten het spek in een zalf die bekend stond om zijn genezende werking tegen de ‘mal des ardents’, ofwel de ziekte van Sint-Antonius.
De communiebank van eikenhout dateert uit de 18e eeuw. Het is een soort hekwerk dat het koor van het schip scheidt. Dit architecturale element ter hoogte van de leuning diende als scheiding tijdens de communie. De gelovigen knielden er voor, terwijl de priester hen de hostie aanbood. Deze manier van communie werd afgeschaft tijdens het Tweede Vaticaans Concilie.
Het stenen doopvont dateert waarschijnlijk uit de 16e of 17e eeuw. Het staat in het midden van een “bassin”, dat om veiligheidsredenen wordt afgedekt door een verwijderbare vloer.
Het doopvont is zeer sober, enkel versierd met een vlechtwerk, en zou afkomstig kunnen zijn uit de oude kerk van Hermaville, die in 1762 vanwege haar vervallen staat werd afgebroken. De huidige kerk dateert uit 1782.
Deze banier uit de 19e of 20e eeuw herinnert aan het bestaan van een lokale devotie voor het “Heilig Hart”, ingesteld in 1878 op initiatief van abbé Modeste Lefebvre, toenmalig pastoor van de parochie.
Tot voor kort vond de pelgrimstocht ter ere van het Heilig Hart plaats in de vorm van een triduum dat eindigde op de vierde zondag van juli.
Momenteel beperkt het zich tot de zaterdag en zondag van datzelfde weekend.
Al in 1915 vroeg kardinaal Sevin, aartsbisschop van Lyon, de pastoors om “de namen van onze soldaten, alle namen zonder uitzondering, van de meest illustere tot de meest onbekende, te graveren op de muren van uw kerken”. Deze gedenkplaten gingen vooraf aan de gemeentelijke oorlogsmonumenten die na de wet van 25 oktober 1919 werden opgericht. De gedenkplaat voor de gesneuvelden van de parochie werd tijdens de Duitse invasie van 1940 neergehaald en vernield.
Dit kleine, lichtgevende glas-in-loodraam aan de westgevel van de klokkentoren draagt het wapen van Jacques-Louis Randon, maarschalk van het Tweede Keizerrijk en eigenaar van het kasteel van Hermaville van 1849 tot 1871 : de grafelijke kroon, de maarschalkstaf en zijn motto : “Doe goed, het leven is kort”.