01 april - 30 september
ma 9.00 - 19.00
di 9.00 - 19.00
woe 9.00 - 19.00
do 9.00 - 19.00
vr 9.00 - 19.00
za 9.00 - 19.00
zo 9.00 - 19.00
01 oktober - 31 maart
ma 10.00 - 17.00
di 10.00 - 17.00
woe 10.00 - 17.00
do 10.00 - 17.00
vr 10.00 - 17.00
za 10.00 - 17.00
zo 10.00 - 17.00
+33 3 21 86 02 30![]()
De Sint-Maartenskerk in Fressin is een uitzonderlijke en zeldzame getuige van de flamboyante gotische stijl. Ze ligt in het hartje van het dorp en werd kunstzinnig beschreven door de Franse schrijver Georges Bernanos, die er gedurende enkele jaren verbleef.
Het koor van de kerk werd in de 14de eeuw gebouwd in opdracht van de machtige familie de Créquy. De restanten van hun statige burcht zijn nog steeds zichtbaar even buiten het dorp. Hetzelfde geslacht vervolledigde het gebouw in de 15de eeuw met het schip, de viering en de zijbeuken. Het gebeeldhouwde decor dat personen, fantastische dieren en gebladerte uitbeeldt, is indrukwekkend.
In 1425 liet Jeanne de Roye, weduwe van Jean IV de Créquy tegen het koor een ridderlijke kapel aanbouwen met platte zoldering waarin zich een uitzonderlijk mooi retabel in steen bevindt.
De restauraties tijdens de 17de, 18de en 19de eeuw hebben noch de sierlijkheid noch de architecturale eenheid van het gebouw aangetast. In 1904 werd het geklasseerd als Historisch Monument.
Deze stenen sculptuur, die vroeger veelkleurig was, werd in 2015 gerestaureerd. Het stelt de kroning van de Maagd door God de Vader voor, gekleed als keizer en haar zegenend. Twaalf heiligen omringen de scène : rechts van Maria staan Johannes de Doper, Johannes de Evangelist, Petrus, Jakobus de Meerdere, Nicolaas en Adrianus ; links staan de heilige Anna, Maria Magdalena, Catharina, Margaretha van Antiochië, Agnes en Apollina. Elke figuur is herkenbaar aan zijn of haar attribuut.
De kapel van de landheer, gewijd aan Sint-Jan, werd gebouwd op verzoek van Jeanne de Roye na de dood van haar echtgenoot, Jan IV (+ 1411). Open haard, overblijfselen van de flamboyante baldakijnen boven het koor van de familie de Créquy, de verlaagde boog waardoor men de diensten kon zien en horen, en de sarcofaag (grafmonument in zwart marmer uit Doornik) van de familie de Créquy met de acht wapenschilden van de familie. Het belangrijkste element van deze kapel is het altaarstuk.
Achthoekige zuilen met concave zijden en fijn bewerkte lijsten met wijnranken, bevolkt met figuren en kleine dieren.
De gekruiste ribben van het gewelf van het koor lopen door in de muur zonder steunberen. De kerk heeft talrijke veranderingen ondergaan en draagt de stijl van verschillende tijdperken, met name in het systeem van gewelven en ribben van het koor en het schip, maar over het algemeen behoudt ze een eenheid in het ontwerp en de uitvoering.
In het schip rust een reeks beelden op bijzondere steunberen met blad- en dierendecoraties. Deze versieringen komen terug in de ribben van de spitsbogen tussen het schip en de zijbeuken.