01 januari - 31 december
ma 9.00 - 17.00
di 9.00 - 17.00
woe 9.00 - 17.00
do 9.00 - 17.00
vr 9.00 - 17.00
za 9.00 - 17.00
zo 9.00 - 17.00
De kerk is een schenking van de abdij van Nijvel (vandaar de band met de heilige Gertrudis) en ontstond rond 1487; uit die oudste fase bleef enkel het hoogkoor in witte zand en grijze natuursteen bewaard. De huidige kerk verrees tussen 1899 en 1909 en omvat een nieuwbouw van 31 meter met een driebeukig schip van vier traveeën en een 45 meter hoge toren.
Het interieur kwam tot stand dankzij aanzienlijke giften van lokale families. Het hoogaltaar wordt geflankeerd door drie beelden, onder meer van Gertrudis van Nijvel. De glasramen — Onze Lieve Vrouw van Zeven Weeën, de discipelen van Emmaus — zijn deels te danken aan anonieme schenkers. De preekstoel dateert van 1764; het orgel van 1924, gerestaureerd in 1963.
Elke zijkapel heeft een eigen altaar. Het schip is ingedeeld in een vrouwen en een mannenkant, elk met zes beelden; Gertrudis en Apolonia staan bij de mannen. De kruisweg is van Joseph Meganck (1867). In het koor hangt een O.-L.-Vrouw met Rozenkrans van Van Cleef de Oude (of G. De Crayer).
Appelterre stond bekend om zijn tabaksteelt, herinnerd door het beeld van de tabaksplanter van Willy Ronsmans tegenover de kerk. De hoeves droegen bij aan de veredeling van het Belgisch trekpaard. Het Kapittelhof (1637) werd in 2019 grotendeels door brand vernield.
Het reliekschrijn, vervaardigd door het huis van Mathias Zens uit Gent voor 5.000 fr., werd geschonken door Benediktus Josephus Schollaert en toegewijd aan de H. Gertrudis van Nijvel. Het bevat relikwieën van H. Adauctus, H. Benediktus van Nursia en H. Felix van Valois. Het hoogaltaar toont links H. Benediktus, H. Mattheus en H. Marcus; rechts H. Lucas, H. Johannes en H. Gertrudis, patrones van de kerk.
De preekstoel werd vervaardigd door de heer Nicolaas Bonnet van Nijvel in 1764. Het klankbord is bekroond met het beeld van de H. Gertrudis van Nijvel en bazuinblazende engelen. De kuip is op de hoeken versierd met de symbolen van de vier evangelisten stier (Lucas), mens (Mattheus), leeuw (Marcus) en adelaar (Johannes). De kuip bestaat uit panelen met reliëfs de Goede Herder en de H. Johannes de Doper. Onder kuip is de zon aangebracht, symbool van Christus.
Het orgel is een gift van burgemeester Jules en juffrouw Irma Vanderschueren. Het werd in 1924 gebouwd door Léon en Gustave Daem voor 36.250 fr., vermeerderd met 6.300 fr. voor kast en ventilator. De inhuldiging volgde op 22 maart 1925, bespeeld door Léandre Vilain, leraar aan het Conservatorium van Gent. Het orgel telt 29 frontpijpen, 12 spelen, twee klavieren van 56 noten en een pedaal van 27 noten; de metaalpijpen bestaan uit 50% tin.
De klok werd in 1836 gegoten door A. L. Vanaerschodt Vandengheyn uit Leuven. Ze weegt 750 kg en meet 95 cm bij 85 cm. In half reliëf staan H. Gertrudis, H. Rochus en O.L.V. (piëta). Peter was burgemeester Benediktus Schollaert, meter Theresia Buydens; pastoor E.H. J.B. Van Damme. In 1927 werd de klok geëlektrificeerd door Casteleyn; de installatie werd in 1964 vernieuwd door Jérôme De Visscher onder pastoor De Vleeschouwer.
In deze zij - kapel is een stenen altaar aangebracht met daarop een retabel met de H. Anna, O.L. Vrouw en de H. Joachim. Het retabel is rechts en links afgezet met een engeltje met bordje. Op het altaar staat ook een koperen altaarkruis met een hoogte van 56 cm en een arm -wijdte van 26 cm. Daarnaast staan zes koperen kandelaars met kanteeltjes bovenaan, 40 cm hoog en met twee knopen op stamstuk.
De linkse zij - kapel omvat een stenen altaar met retabel met in het midden een tabernakel, waarboven een kleine Bretoense calvarie is aangebracht en met een koperen gegraveerde deur, waarin 11 halfronde edelstenen verwerkt zijn.
De twee zijtaferelen stellen O.L. Vrouw voor die enerzijds een scapulier geeft aan de H. Simon Stock en anderzijds de rozenkrans overhandigt aan de H. Dominicus.Op het altaar staan ook zes koperen kandelaars, hetzelfde model als deze op het rechtse altaar.