01 januari - 31 december
ma 9.00 - 17.00
di 9.00 - 17.00
woe 9.00 - 17.00
do 9.00 - 17.00
vr 9.00 - 17.00
za 9.00 - 17.00
zo 9.00 - 17.00
Een eerste kerk werd gebouwd in het midden van de 15e eeuw (1480) door Gilles Ghiselin, die overleed in 1514. Deze adellijke familie speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van Bousbecque. Hij was raadgever en kamerheer van de Graaf van Bourgondië, hoofdbaljuw van de Stad Ieper. Hij liet ook het kasteel van Bousbecque bouwen. De bekende Ogier Gisleen van Busbeke werd in 1521 of 1522 geboren uit de buitenechtelijke relatie van Georges Ghiselin en Cathérine Hespiel.
Van in de Oudheid tot in de 19e eeuw was Bousbecque een welvarende gemeente dankzij de productie van linnentextiel, tijdens het Ancien Régime was ze zelfs de belangrijkste producent van Frankrijk. In de kerk getuigen twee stukken edelsmeedkunst uit de 8e eeuw van de rijkdom van de gemeente : een altaarkruis inniello-zilver en een reliekschrijn in goud rood koper bezet met champlevé-email van Limoges.
De Sint-Maartenskerk van Bousbecque is een hallenkerk, waarvan de drie schepen dezelfde lengte hebben.
De vijf altaren van de kerk zijn ingewijd door de bisschop van Doornik op 25 maart 1516. Het huidig gebouw in Vlaamse gotiek in bakstenen en stenen werd volgens het oud gebouw herbouwd in de 19e eeuw, onder leiding van de architect Charles Maillard, die er in 1874 haar spitse toren in leisteen aan toevoegde.
Binnenin de kerk zien we de pilaren van de oorspronkelijke kerk in Artois zandsteen en Doornikse steen.
De steunpilaren scheiden de beuken en ondersteunen de gewelven.
We zien er ook het mausoleum aangebracht door Ogier Ghiselin de Bousbecque ter herinnering aan zijn ouders. De monumentale voorgevel met haar gesculpteerde zuilen zijn bewaard gebleven.
De glas-in-loodramen van het schip zijn van Jacques Grüber, oprichter van de École de Nancy, meester-glasblazer en meubelmaker, bekend van onder meer de villa Majorelle en het glazen dak van Galeries Lafayette. Na zijn dood in 1936 voltooide zijn zoon Jean-Jacques Grüber de laatste glas-in-loodramen en signeerde deze. Die van het koor, gedateerd 1944-1945, zijn van mevrouw Capronier-Turpin (Rijsel).
Sint-Antonius wordt bijzonder vereerd : gelovigen uit de hele regio en uit Vlaams-België komen zijn bescherming smeken voor de genezing van huidziekten, met name gordelroos. Hij werd rond 251 geboren en stierf rond 356 in Egypte. Hij leidde een kluizenaarsleven voordat hij een klooster stichtte. Hij wordt gevierd op 17 januari en wordt afgebeeld met een varken met een belletje, het embleem van de Antonijnen. Hij is de patroonheilige van het vreemdelingenlegioen.
In 1906 geklasseerd als “Historisch Monument”
Het bevat het hart van Ogier, ingekapseld in een loden kistje
Gebouwd in 1559 naar de plannen van Ogier de Busbecq voor zijn vader, die in 1514 overleed, en zijn moeder, die in 1541 overleed
Het dateert uit de renaissance en is zeker het meest opmerkelijke in onze regio.
Het is uitgevoerd in antieke stijl in wit en zwart steen. Op dit mausoleum stond de sarcofaag van een gewapende man, met zijn vrouw naast hem.
Het doopvont dateert uit de 16e eeuw en is gemaakt van steen uit Doornik.
Het is onlangs verplaatst om praktische redenen. De traditionele liturgische plaats ervan is namelijk bij de ingang van de kerk, om de nieuwgedoopten te verwelkomen.
De kruisweg in wit steen, gezegend op 2 juni 1887, is van de hand van de heer Verlinden.
De biechtstoelen, het koor en de preekstoel in gotische stijl in eikenhout, evenals de wijwaterbakken, zijn het werk van de heer Deberdt uit Bailleul (19e eeuw).
Het eikenhouten doksaal van de heer Leroy werd in 1848 geschonken door de inwoners van Bousbec. Het werd in 1857 geplaatst, maar is vandaag verdwenen.
Het orgel uit 1852 werd gerenoveerd door de orgelbouwer Bruggeman uit Moeskroen.