01 maart - 30 juni
ma 14.00 - 18.15
di 10.30 - 18.15
woe 10.30 - 18.15
do 10.30 - 18.15
vr 10.30 - 18.15
za 10.30 - 18.15
zo 14.00 - 18.15
01 september - 01 december
ma 14.00 - 18.15
di 10.30 - 18.15
woe 10.30 - 18.15
do 10.30 - 18.15
vr 10.15 - 18.15
za 10.15 - 18.15
zo 14.00 - 18.15
01 januari - 28 februari
ma 14.00 - 18.15
di 14.00 - 18.15
woe 14.00 - 18.15
do 14.00 - 18.15
vr 14.00 - 18.15
za 14.00 - 18.15
zo 14.00 - 18.15
01 juli - 31 augustus
ma 11.00 - 19.00
di 11.00 - 19.00
woe 11.00 - 19.00
do 11.00 - 19.00
vr 11.00 - 19.00
za 11.00 - 19.00
zo 11.00 - 19.00
duizenden pelgrims, bezoekers en nieuwsgierigen die allen met verstomming kijken naar haar eclectische architectuur.
De kathedraal is ontstaan als een gekke droom in de geesten van enkele rijke Rijselse industriëlen in de 19e eeuw. Ze wilden de mooiste, de weelderigste en de meest perfecte kerk bouwen in de gotische stijl van de 8e eeuw om er het beeld van de Heilige Maagd van de Wijngaard, sinds altijd de barmhartige patrones van de stad, onderdak te geven. De eerste steen werd gezegend op 1 juli 1854 en de laatste steen werd gelegd in december 1999.
Het is de Heilige Pius X die in 1904 beslist om de dan nog onafgewerkte kerk op te waarderen tot basiliek om dan in 1913 de oprichting van het Bisdom Rijsel af te kondigen, zodat ze dan ook de status van kathedraal kreeg.
De bouw was een werk van lange adem, de “Treille” zoals men haar noemt, krijgt als het ware haar plaats in het verloop van al die jaren. De bouw werd in grote mate gedragen door de eminente figuur van Kardinaal Liénart, maar kende tal van wisselvalligheden die soms tot compromissen maar ook afwijzingen leidden.
Deze laatste kathedraal uit de 20e eeuw is het resultaat van zowel traditionele technieken als van avant-garde technologieën. De kathedraal van Rijsel integreert inderdaad een grandioze en exuberante neo-gotische stijl, alhoewel nooit voltooid, met een impressionant art nouveau decor voor haar kapellen, dit alles met een uniek hedendaags buitenzicht door haar stijl en door de gebruikte materialen.
Zowel technisch als esthetisch een geweldige prestatie, een metalen structuur doet dienst als een doos voor een spitsboog versierd met 110 platen doorschijnende marmer, wit aan de buitenkant maar die een oranjekleurend licht laten uitschijnen aan de binnenkant. Het Groot Portaal is van de hand van de beeldhouwer kunstenaar Georges Jeanclos waarbij hij een indrukwekkend decor creëert van slapende personages die verstrengeld zijn in een vlechtwerk dat ons doet denken aan het latwerk van een gigantische wijnstok.
Pelgrims, gelovigen, toeristen en bezoekers, ze zijn in groten getale om de bewaarde schatten in de kathedraal en in haar cryptes te komen ontdekken.
La rosace est réalisée par le peintre Ladislas Kijno dans les années 1990. Elle mesure 6,50 m de diamètre et vient compléter la façade occidentale inaugurée en 1999.
Les teintes, jaune et orange, ainsi que l'iconographie évoquent les épisodes de la Passion du Christ et sa Résurrection.
Retrouvez plus d'informations en cliquant ici.
Réalisée par Léon Jules Valbrrun et ses fils Lucien Victor, Léon Emile et Georges Guislain d’après les dessins de Paul Vilain.
Bois, cartons et papier.
Restaurée en 2014 par Philippe Velu.
Les orgues se composent d’un orgue de chœur, un Cavaillé-Coll offert en ex-voto par la famille Bailleul d'Avincourt, et d’un orgue suspendu dans le transept sud. Ce dernier, de facture néo-classique a été construit entre 1957 et 1966 pour les établissements Danion – Gonzalez par Bernard Dargassies en 1989.
Sa composition permet une polyvalence dans l’interprétation du répertoire musical et sa renommée mondiale est associée à des organistes tels que Marcel Dupré et Olivier Messiaen.
Élevée à partir de 1856, elle est achevée en 1897. Inspirée par la Sainte-Chapelle de Paris elle se veut un écrin de lumière pour la statue de Notre-Dame de la Treille réalisée par Marie Madeleine Weerts.
Les onze verrières, les colonnes détachées du mur à la tribune le tout, sous des voûtes de 17 m, lui donnent une grande légèreté. Les mosaïques représentent douze femmes de l’Ancien Testament, alors que les verrières relatent la vie de la Vierge et l’histoire de Notre-Dame de la Treille.
Composé de divers fragments espagnols datant des XVème et XVIème siècles, ce retable en style néogothique est un montage du XIXème siècle. Les panneaux sont assemblés et séparés par des pilastres décorés de figures de saints et des frises de quadrilobes. La restauration récente a permis de rendre à plusieurs panneaux leur aspect originel en supprimant les repeints.
On peut ainsi découvrir des scènes de la vie du Christ et de sa Passion, donnant son nom à ce retable dit du rosaire.
Haut de 35 mètres, il compte quatre niveaux, aveugles pour les premiers, ajouré de petites ouvertures et de baies jumelées pour le dernier dont la partie supérieure est occupée par les cadrans d’une horloge.
Il a été érigé, à titre provisoire, en 1874 face au portail sud pour abriter une sonnerie de volée composée de 6 cloches offertes à la basilique en 1872 à l’occasion du couronnement de la statue miraculeuse de Notre-Dame de la Treille.