Gesloten voor restauratiewerkzaamheden.
+32 3 340 19 55
Het begijnhof van Hoogstraten ontstond rond 1380 en kende een bloei in de 17de eeuw met tot 160 begijntjes. Het laatste begijntje vertrok in 1972. Een eerste kapel uit 1381 werd in de 17de eeuw vervangen door de huidige barokke kerk.
De voorgevel toont vuurpotten, een fronton met een 15de-eeuws Mariabeeld, engelenkopjes met chronogram (1687), beelden van Petrus en Joanna van Valois en cartouches met bijbelcitaten.
Binnen vind je een witgeschilderd interieur met zwart-witte marmeren vloer en grafzerken uit de 17de–19de eeuw.
Het koor bevat schilderijen van kerkvaders en O.L.V. de la Salette. Er zijn talrijke beelden: een 15de-eeuwse Madonna, een 16de-eeuws crucifix, heilige Begga, Johannes Evangelist, Christus Zaligmaker, O.L.V. Onbevlekt Ontvangen en Liborius.
Het hoofdaltaar toont de Drievuldigheid, Jozef en Anna, met een doek van Het Laatste Avondmaal (Peter Sperwer, 1717). De zijaltaren zijn gewijd aan O.L.V. en Catharina van Alexandrië, met een verzilverd beeld en schilderij van maagden in aanbidding.
De communiebank stamt uit de 17de eeuw, de preekstoel uit de 18de eeuw (Theodoor Verhaegen), en de biechtstoelen uit de 17de eeuw.
Het begijnhof telt nu 36 huisjes, een schuur en een kerk.
Na leegstand was het in de jaren 90 een ruïne. In 1992 verenigden inwoners zich in vzw Het Convent en restaureerden elk een woning.
Deze zachte restauratie met respect voor het verleden kreeg nationale en internationale erkenning.
Sinds 1998 staat het begijnhof, samen met 12 andere Vlaamse begijnhoven, op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.
Bronnen:
Inventaris Bouwkundig Erfgoed (VIOE)
Toerisme Hoogstraten (www.toerisme.hoogstraten.be)
Het Convent vzw (www.hetconvent.be)
De vier glasramen in het koor dateren uit 1681 en zijn van J. Loos, geschonken door Graaf de Lalaing, pastoor Wachmans, bisschop De Beughem en prior De Moor. De kerk telt vijf ramen in de noordelijke en vijf in de zuidelijke beuk: lichte kleuren uit 1912, donkere uit 1850-1900. Ze werden in 1950 gerestaureerd door Fr. Crickx. Het raam in de voorgevel (1871) toont Sint-Cecilia en H. Catharina.
Boven de ingang staat een gekroond houten beeld van Moeder Gods (16e eeuw), geflankeerd door Sint Petrus en H. Joanna van Valois (1860). Op het hoogkoor vier witgeschilderde beelden (18e eeuw): Sint Jozef, H. Anna, H. Begga, Sint Jan Evangelist. In de linker zijbeuk een gepolychromeerd beeld van O.L.Vrouw van het H. Hart (1877, L. De Vriend). Verder staan er heiligenbeelden (18-19e eeuw) en 14 kruiswegstaties (1864).
Blindnissen in het koor (1680-1690) door Jan van Reesbroeck tonen de vier kerkvaders: Augustinus, Ambrosius, Gregorius de Grote en Hiëronymus. Het hoogaltaar “Laatste Avondmaal” (1717) van Peter Sperwer, gerestaureerd in 1869 en 1933, onthulde een overschilderde fazant. Het zijaltaar H. Drievuldigheid (1685) is van Lodewijk Maes. Naast de zijaltaren staan O.L.Vrouw van Salette (1853, B. Cloet) en H. Begga (1600-1700).
De kerk heeft een wit interieur met zwart-witte marmeren vloer en grafzerken (17de–19de eeuw). In het koor hangen schilderijen van kerkvaders en O.L.V. de la Salette. Er zijn vele beelden: een 15de-eeuwse Onze-Lieve-Vrouw, een 16de-eeuws crucifix, H. Begga, Johannes, Christus, O.L.V. Onbevlekt Ontvangen en H. Liborius. Het hoofdaltaar toont de Drievuldigheid, H. Jozef en H. Anna, met doek van Het Laatste Avondmaal (1717). Zijaltaren zijn gewijd aan O.L.V. en H. Catharina.